← Blog

5 oktober 2026

Franse woordjes leren in de brugklas: zo onthoud je ze wel

Je eerste Franse woordjestoets komt eraan. Zo leer je de woordjes, de lidwoorden en de getallen, zonder de avond ervoor alles te stampen.

In de brugklas krijg je voor het eerst Frans, en meteen een woordjestoets. Veel leerlingen lezen de lijst een paar keer door en denken dat ze hem kennen. Op de toets blijkt dan dat ze "het boek" wel herkennen, maar niet zelf kunnen opschrijven. Met de aanpak hieronder voorkom je dat.

Leer het lidwoord meteen mee

In het Frans is elk zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk. Dat zie je aan het lidwoord: le of un voor mannelijk, la of une voor vrouwelijk. Begint het woord met een klinker, dan wordt het l', zoals l'école.

Leer daarom nooit livre, maar altijd le livre. Wie het lidwoord later los probeert te onthouden, raakt in de war. Een fout lidwoord kost op de toets vaak punten.

Oefen beide kanten op

Van Frans naar Nederlands is makkelijk: je herkent het woord. Van Nederlands naar Frans is moeilijker, want dan moet je het woord zelf uit je geheugen halen. De toets vraagt meestal allebei.

Begin daarom met Frans naar Nederlands. Kun je dat, draai de lijst dan om. Dek de Franse kolom af en schrijf de woorden zelf op.

Schrijf de accenten op

Écouter, très, la fenêtre, le garçon: de accenten horen bij de spelling. Zonder accent is het woord op de toets vaak fout. Zeg de woorden daarom niet alleen in je hoofd op, maar schrijf ze een keer helemaal uit. Dan merk je meteen of je weet waar het streepje of de krul staat.

Spreek de woorden ook hardop uit. Klank en spelling liggen in het Frans ver uit elkaar, en als je een woord gehoord hebt, onthoud je het beter.

Pas op voor woorden die op Nederlands lijken

Sommige Franse woorden lijken op een Nederlands woord, maar betekenen iets anders. Le prénom is je voornaam, niet je achternaam. La cave is een kelder. Rester betekent blijven, niet rusten. Juist deze woorden staan graag op een juist/onjuist-vraag. Zet ze op een apart lijstje.

De getallen: vanaf 70 wordt het rekenen

Tot en met 69 gaan de Franse getallen redelijk logisch. Daarna niet meer:

  • 70 is soixante-dix: zestig plus tien
  • 80 is quatre-vingts: vier keer twintig
  • 90 is quatre-vingt-dix: vier keer twintig plus tien

Ook 11 tot en met 16 hebben eigen namen: onze, douze, treize, quatorze, quinze, seize. Pas bij 17 begint het met dix-sept. Oefen getallen door ze door elkaar te laten opnoemen, niet in volgorde. Op volgorde opzeggen lukt al snel, maar op de toets staat quatorze niet na treize.

Leer in kleine porties

Een lijst van zestig woorden in één avond leren werkt niet. Je brein onthoudt meer als je het verdeelt. Neem tien tot vijftien woorden per dag en begin vier of vijf dagen voor de toets.

Begin elke dag met de woorden die je de vorige dag fout had. Die herhaling zorgt ervoor dat ze blijven hangen. De woorden die je al goed kent, hoef je minder vaak te doen.

Voor ouders

Je hoeft geen Frans te spreken om je kind te overhoren. Noem het Nederlandse woord en laat je kind het Franse woord opschrijven, met lidwoord. Controleer het met de lijst. Let vooral op de accenten en op le of la. Daar gaat het in de brugklas het vaakst mis.

Maak een oefentoets van je woordenlijst

Maak een foto van de woordenlijst uit je boek of schrift en Checkie zet er in een minuut een oefentoets Frans van klaar. Je krijgt meerkeuze- en juist/onjuist-vragen, en de vragen die je fout had komen terug tot je ze goed hebt. Gratis en zonder account.